Regelingbbz.nl

Wie kan er een beroep op de Bbz-regeling doen?

Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) is een regeling van de Nederlandse overheid. Bbz 2004 is een onderdeel van de Wet Werk en Bijstand (WWB).

Ondernemers die een beroep op de Bbz-regeling kunnen doen zijn:

  • (pre) starters
  • ondernemers in het midden- en kleinbedrijf
  • vrijeberoepsbeoefenaren
  • ondernemers in de agrarische sector

Ondernemers met de volgende rechtsvormen kunnen wel of niet een
beroep doen op de Bbz-regeling:

Rechtsvormen
EenmanszaakJa
VOF = vennootschap onder firmaJa, iedere vennoot is met zijn gehele vermogen aansprakelijk voor de zakelijke schulden dus andere vennoten moeten bij een Bbz-lening meetekenen, anders geen Bbz-lening.
CV = commanditaire vennootschapJa maar, beherend vennoot behoort tot de doelgroep maar de stille vennoot (commandiet) niet.
BVJa, mits de directeur/grootaandeelhouder (dga) alleen of samen met de andere dga’s de meerderheid van de aandelen heeft (tenminste 51% of hoger).
MaatschapScenario 1: inbreng van kapitaal + arbeid is ja. Scenario 2: inbreng van arbeid maar geen inbreng van kapitaal is ja, maar in dat geval is bedrijfskapitaal niet mogelijk (art. 30 Bbz 2004).
Coöperatieve vereniging WALeden ja, maar alle leden zijn hoofdelijk aansprakelijk dus meetekenen bij Bbz-lening.
Coöperatieve vereniging UA en BANee (UA = Uitgesloten Aansprakelijkheid en BA = Beperkte Aansprakelijkheid).
NVNee
VerenigingNee
StichtingMogelijk Bbz (mits persoon zeggenschap over stichting heeft, financiële inbreng en risico’s loopt en er werkzaam is. Tevens moet de persoon als ondernemer voor de inkomstenbelasting worden aangemerkt. Geen recht op IOAZ (IOAZ art. 2 3e en 4e lid stichting niet in lijst opgenomen)
EESVDe in Nederland gevestigde ondernemer ja maar niet de gehele rechtspersoon Europees Economisch Samenwerkingsverband
SEDe in Nederland gevestigde ondernemer ja mits minstens 51% zeggenschap met dga’s Europese naamloze vennootschap.

De Bbz-regeling kent verschillende doelgroepen die een beroep kunnen doen op deze regeling. Hieronder kunt u zien onder welke doelgroep u valt.

  1. Prestarter

  2. Starter

  3. Gevestigde ondernemer

  4. Oudere ondernemer

  5. Beёindigende ondernemer

  6. Ondernemers met structureel lage inkomsten

1. De pre startende ondernemer

Onderzoek naar prestarter als succesvolle ondernemer

Een prestarter ontvangt een WWB uitkering en is van plan een bedrijf te beginnen.

Er wordt bij het beoordelen van een prestarter gekeken naar:

  1. is er voldoende kennis aanwezig om succesvol te kunnen ondernemen

  2. is er de wil en de energie om er voor te gaan

  3. kan de kandidaat minimaal 1.225 uur per jaar als zelfstandige werken

  4. beschikt de starter over voldoende specifieke kennis en ervaring

  5. welke lacunes in kennis en kunde moeten in maximaal 1 jaar worden opgevuld

  6. is de kandidaat wel bereid om cursussen te volgen en/of werkervaring op te doen

  7. heeft de kandidaat wel een concreet idee voor ogen over wat voor type bedrijf

  8. heeft de kandidaat wel voldoende kennis van de Nederlandse taal (minimaal NT3 niveau)

  9. er is geen sprake van een verslaving op het gebied van alcohol, drugs, seks en/of gokken

  10. heeft de kandidaat geen problematische schulden

  11. als er een partner is, vindt die partner het wel een goed idee om een eigen bedrijf te beginnen

  12. kan de kandidaat wel starten gezien de wettelijke eisen (KvK)

  13. zit de kandidaat niet in een surceance van betaling of is er faillissement aangevraagd

  14. heeft de kandidaat niet te hoge schulden die de start van het eigen bedrijf kunnen belemmeren

Begeleiding van de prestarter naar ondernemerschap

Gedurende de voorbereidingsperiode moet de kandidaat begeleid worden. Eenmaal in de drie maanden dient schriftelijk aan de gemeente gerapporteerd te worden omtrent de voortgang in het oriëntatieproces. In deze periode dient de prestarter noodzakelijke cursussen te volgen en te werken aan het zelf schrijven van een onderbouwd ondernemingsplan.

Aan de kandidaat kan een lening voor de noodzakelijke kosten verbonden aan deze voorbereidingsperiode als lening beschikbaar worden gesteld. Dit geld kan onder andere worden gebruikt voor het volgen van cursussen, kosten voor het uitvoeren van marktonderzoek, aanschaf pc en printer.

De kandidaat dient in principe zo snel als mogelijk is te kunnen starten met zijn eigen bedrijf.

Als aan het einde van het voorbereidingstraject blijkt dat er niet wordt gestart, dan kan de lening omgezet worden in bijstand om niet (schenking).

Indien er wel wordt gestart, dan dient de lening meegenomen te worden in het Bbz-starterskrediet. Dit betekent dat het maximale bedrag dat aan een starter als lening mag worden verstrekt, verminderd wordt met de reeds verstrekte lening in de prestartfase.

De gemeente kan de kandidaat ontheffen van de volgende verplichtingen:

  1. te proberen werk in dienstbetrekking te vinden

  2. passend werk te aanvaarden

  3. na te laten wat inschakeling in de arbeid belemmert

In de voorbereidingsfase kan een prestarter een beroep doen op:

  • voorbereidingskosten betekent u kan een renteloze lening krijgen tot maximaal € 2.718
    (art. 29 1e lid, normbedrag per 1-7-2010)
    Voorbereidingskosten worden na 1-7-2010 niet meer apart vermeld. Gemeenten krijgen sinds 2011 hiervoor een vast budget van de overheid. Het gevolg is dat gemeenten nog zeer beperkt zo’n renteloze lening beschikbaar stellen. Tip Martin Delta vraag uw gemeente of u hiervoor in aanmerking kunt komen.

  • voortzetting van de uitkering tot maximaal een jaar zonder verplichting om te solliciteren
  • begeleiding (tijdens de pre startfase is dit verplicht gesteld).

2. Starter

Een startende ondernemer is een persoon die vanuit een werkloosheidssituatie gaat starten met een eigen bedrijf of een bedrijf overneemt. Een ondernemer die nog geen anderhalf jaar actief is, wordt doorgaans als starter gezien. Een startende ondernemer moet een ondernemingsplan indienen. Uit dit plan moet blijken dat er, na een aanloopperiode, redelijkerwijs sprake kan zijn van een levensvatbaar bedrijf. Dit betekent dat de lening op termijn kan worden terugbetaald en dat u uit het bedrijf een fatsoenlijk inkomen kan halen om van te kunnen leven.

Een starter moet voldoen aan een aantal eisen te weten:

  • U dient bij een gemeente in Nederland ingeschreven te staan als inwoner.
  • U bent Nederlander of u heeft een verblijfsvergunning
  • Uw leeftijd is tussen de 18 - 65 jaar
  • Uw bedrijf wordt in Nederland gevestigd
  • Er is sprake van (dreigende) werkloosheid (u heeft een uitkering op basis van WWB, WW, IOAW, IOAZ of wachtgeld)
  • U hebt nog geen anderhalf jaar een bedrijf of u wilt een bedrijf gaan beginnen.
  • U bent tenminste 1.225 uur per jaar actief als zelfstandige (gemiddeld 25 uur per week)
  • U moet zelf werkzaam zijn in het bedrijf
  • U loopt financiele risico's
  • U heeft de zeggenschap over uw bedrijf.
  • U heeft een ondernemingsplan dat getoetst kan worden door een extern adviesbureau.
  • U heeft een levensvatbaar bedrijf. Hieronder wordt verstaan dat het bedrijf kan voldoen aan de rente- en aflossingsverplichtingen en kan voorzien in de kosten van het levensonderhoud.
  • Banken zijn niet bereid tot kredietverstrekking en ook derden zijn niet bereid u een krediet te geven.
  • De bedrijfsvoering moet voldoen aan de wettelijke eisen (soms is er een vestigings- of milieuvergunning nodig, checken bij gemeente en Kamer van Koophandel)

Een starter kan een beroep doen op:

  • Bedrijfskapitaal aan een beginnende zelfstandige maximaal € 35.130
    (artikel 24 normbedragen per 1-1-2014)

  • Aanvullende uitkering tot bijstandsniveau gedurende de aanloopperiode van het bedrijf, max. 3 jaar
  • Begeleiding na de start

3. Gevestigde ondernemer

Meestal wordt een ondernemer die meer dan anderhalf jaar een bedrijf of beroep uitoefent, gezien als een gevestigde ondernemer. U kan in aanmerking komen voor een Bbz-regeling als u tijdelijk onvoldoende inkomen uit uw bedrijf heeft, als u noodzakelijke investeringen niet kan betalen of betalingsproblemen heeft. Na de periode van financiële ondersteuning dient er sprake te zijn van een levensvatbaar bedrijf. U dient dit te kunnen aantonen bijvoorbeeld door een overlevingsplan of ondernemingsplan.

Een gevestigde ondernemer dient te voldoen aan een aantal eisen te weten:

  • U wilt uw bedrijf voortzetten
  • U dient bij een gemeente in Nederland ingeschreven te staan als inwoner
  • U bent Nederlander of u heeft een verblijfsvergunning
  • Uw leeftijd is tussen de 18 - 65 jaar
  • Uw bedrijf is in Nederland gevestigd
  • U hebt anderhalf jaar of langer een bedrijf
  • U bent tenminste 1.225 uur per jaar actief als zelfstandige (gemiddeld 25 uur per week)
  • Meer dan 50% van de totale werktijd wordt aan het werken in het eigen bedrijf besteed.
  • U moet zelf werkzaam zijn in het bedrijf
  • U loopt financiële risico's
  • U heeft de zeggenschap over uw bedrijf.
  • U bent aangewezen op inkomsten uit zelfstandigheid voor levensonderhoud
  • Er zijn geen voorliggende voorzieningen (bezittingen die u in geld kan omzetten)
  • U heeft een ondernemingsplan dat getoetst kan worden door een extern adviesbureau
  • Na bijstandsverlening is uw bedrijf levensvatbaar. Hieronder wordt verstaan dat het bedrijf kan voldoen aan de rente- en aflossingsverplichtingen en kan voorzien in de kosten van het levensonderhoud
  • Banken zijn niet bereid tot kredietverstrekking en ook derden zijn niet bereid u een krediet te geven
  • De bedrijfsvoering moet voldoen aan de wettelijke eisen (soms is er een vestigings- of milieuvergunning nodig)

Een gevestigde ondernemer kan een beroep doen op:

  • Bedrijfskapitaal maximaal € 190.812
    (art. 20, 1e lid normbedrag per 1-1-2014)

  • Aanvullende periodieke uitkering voor levensonderhoud tot bijstandsniveau gedurende maximaal 3 jaar

4. Oudere ondernemer

Als u als oudere zelfstandige onvoldoende inkomen uit het bedrijf kunt halen of als u geen kleine investeringen kan betalen dan kan u een beroep doen op deze regeling.

De volgende eisen gelden te weten:

  • Uw netto winst uit het bedrijf is te laag om van te kunnen leven maar ligt minimaal op € 7.578
    (art. 25, normbedrag per 1-1-2014)

  • Uw leeftijd is tussen de 55 - 65 jaar
  • U hebt 10 jaar of meer onafgebroken een bedrijf uitgeoefend
  • Uw bedrijf is niet meer levensvatbaar
  • U bent woonachtig in Nederland
  • U staat bij een gemeente ingeschreven
  • U bent rechtmatig met uw bedrijf in Nederland gevestigd
  • U bent ten minste 1.225 uur per jaar actief als ondernemer
  • U draagt financieel risico, zeggenschap en aansprakelijkheid
  • De bank is niet meer bereid tot kredietverstrekking

Een oudere ondernemer kan een beroep doen op:

  • Bedrijfskrediet tot maximaal € 9.541
    (art. 26, normbedrag per 1-1-2014)

  • Aanvullende uitkering tot bijstandsniveau vanaf datum aanvraag tot aan de 65 jarige leeftijd

5. Beёindigende ondernemer

Een beёindigende ondernemer is iemand die zijn bedrijf moet beëindigen omdat zijn bedrijf niet meer levensvatbaar is. Lopende zaken mogen nog worden afgewerkt, handelsvoorraden mogen nog worden verkocht. Wellicht kan het bedrijf of een deel van het klantenbestand worden verkocht. Daarna dient het bedrijf gestaakt te worden. Kortom u mag op een financieel verantwoorde manier de bedrijfsactiviteiten staken.

U kan geen krediet krijgen. In dat geval gelden de volgende eisen voor het verkrijgen van een uitkering voor levensonderhoud in het kader van bedrijfsbeëindiging:

  • Uw leeftijd is tussen de 18 - 65 jaar
  • U bent woonachtig in Nederland
  • U staat bij een gemeente ingeschreven
  • U bent rechtmatig met uw bedrijf in Nederland gevestigd
  • U bent ten minste 1.225 uur per jaar actief als ondernemer
  • U draagt financieel risico, zeggenschap en aansprakelijkheid
  • U bent aangewezen op inkomsten uit zelfstandigheid voor levensonderhoud
  • Het bedrijf is niet meer levensvatbaar
  • Er zijn onvoldoende middelen om de periode van beëindiging te overbruggen
  • Er worden in principe geen nieuwe opdrachten meer aangenomen

Een beёindigende ondernemer kan een beroep doen op:

  • Een aanvullende uitkering tot bijstandsniveau gedurende de periode tot aan de definitieve sluiting van uw bedrijf. De maximale looptijd bedraagt 2 jaar maar in de regeling staat dat men zo snel mogelijk de bedrijfsactiviteiten op een verantwoorde manier moet staken.

6. Ondernemer met een structureel laag inkomen

Ondernemers die een aantal jaren achtereen een structureel laag inkomen hebben vallen onder deze doelgroep, mits ze in staat zijn van een inkomen rond bijstandsniveau te kunnen leven. Bij een financiële tegenslag lukt het ze niet meer, door een gebrek aan financiële middelen, om de eindjes aan elkaar te knopen.

Marginale zelfstandigen kunnen een beroep doen op de Bbz-regeling als ze voldoen aan de volgende eisen:

  • Uw leeftijd is tussen de 18 - 65 jaar
  • U bent woonachtig in Nederland en u staat bij een gemeente ingeschreven
  • U bent rechtmatig met uw bedrijf in Nederland gevestigd
  • U bent ten minste 1.225 uur per jaar actief als ondernemer
  • U draagt financieel risico, zeggenschap en aansprakelijkheid
  • U bent aangewezen op inkomsten uit zelfstandigheid voor levensonderhoud
  • U heeft minimaal anderhalf jaar inkomsten uit uw bedrijf
  • De bank is niet bereid om u een krediet te verstrekken
  • Na bijstandsverlening is uw bedrijf weer levensvatbaar

Een ondernemer met een structureel laag inkomen kan een beroep doen op:

  • Een bedrag om niet (dus een schenking) tot ten hoogste € 9.541, indien het inkomen duurzaam lager is dan de som van de bijstandsnorm en de Bbz vermogensgrens niet wordt overschreden
    (art. 22, normbedrag per 1-1-2014)

  • Aanvullende periodieke uitkering gedurende maximaal 6 maanden

Copyright © 2010- Regelingbbz.nl is een initiatief van Bbz-adviesbureau Martin Delta.
Aan de verstrekte informatie in deze website kunnen geen rechten worden ontleend.