Adviesgesprek vanaf € 29.00

Schuldsanering opties

Scenario’s om schulden te saneren

Hieronder hebben wij een aantal scenario’s weergegeven om schulden bij een ondernemer te kunnen saneren, indien bancaire financiering of kredietverlening via derden niet meer lukt.

1. Scenario Bbz-lening met volledige financiering van het schuldensaldo

Dit betekent dat de noodzakelijke schulden die de continuïteit van het bedrijf bedreigen met behulp van een Bbz-lening kunnen worden afgelost en u kan daarna weer ondernemen. Voorwaarde is wel dat onderbouwd kan worden dat na kredietverstrekking er sprake is van een bedrijf dat kan voldoen aan haar rente- en aflossingsverplichtingen en dat de ondernemer ook kan voorzien in de kosten van het levensonderhoud.

2. Scenario Bbz-lening voor sanering van de uitstaande schulden door het aanbieden van een percentage tegen finale kwijting van de uitstaande schuld

Uitgangspunt bij het bepalen van het percentage tegen finale kwijting is het kredietbedrag dat het bedrijf na kredietverstrekking redelijkerwijs kan terugbetalen en uitgaande van sobere privéopnames.

Het Bbz-krediet wordt aangewend ter financiering van een crediteurenakkoord, waarbij alle crediteuren akkoord dienen te gaan met het voorstel. Daarbij moet rekening worden gehouden met:

  • Aan preferente schuldeisers (o.a. fiscus) dient minimaal een dubbel percentage te worden aangeboden ten opzichte van de concurrente crediteuren.
  • Door de crediteuren terug te vorderen BTW uit hoofde van artikel 29 lid 2 Wet OB, dit bedrag dient tegen het dubbele bedrag aan de fiscus te worden betaald. Dit betreft de BTW over het kwijtgescholden bedrag.
  • Alle concurrente schuldeisers krijgen in principe hetzelfde percentage aangeboden en hier wordt niet van afgeweken. Er kan in uitzonderingsgevallen hiervan afgeweken worden, mits dit goed gecommuniceerd wordt met de schuldeisers.
  • Mocht een crediteur aanspraak kunnen maken op eigendomsvoorbehoud dan moet dat met bewijs gemeld worden aan het schuldsaneringbedrijf. Dit geldt ook voor recht op reclame, retentierecht, pandrecht, beslagen, etc.
  • In de praktijk blijkt dat het aanbieden van een percentage aan schuldeisers onder de 25% meestal niet zo succesvol is, omdat crediteuren dan soms niet bereid zijn om hun medewerking te verlenen aan een crediteurenakkoord. Het schuldsaneringsbedrijf kan pas als alles bekend is en gewogen het percentage bepalen dat kan worden aangeboden.
  • Een akkoord bereiken met crediteuren is een moeizaam proces. Dit proces kan soms maanden duren. Het is lang niet zeker of een akkoord lukt. Het is daarom lastig om een slagingspercentage te noemen, maar onze ervaring is het vaker niet lukt dan wel.

Scenario: een schuldeiser werkt niet mee

De weigering van een crediteur om het akkoord te aanvaarden, brengt met zich mee dat het akkoord niet tot stand kan worden gebracht. Iedere crediteur kan in beginsel weigeren in te stemmen met een aangeboden onderhands akkoord, tenzij die weigering moet worden aangemerkt als misbruik van bevoegdheid, als handelen in strijd met redelijkheid en billijkheid of als onrechtmatig handelen. De weigering van de crediteur is als onterecht aan te merken als de vordering niet een doorslaggevende betekenis heeft (zowel naar aantal als naar hoogte van de vordering). De stemverhouding zoals geregeld in de Faillissementswet is wel niet van toepassing op het onderhands akkoord maar kan daarbij wel een rol spelen.

Er zijn drie gronden om een crediteur te dwingen mee te werken aan een onderhands akkoord t.w.:

  • Naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid is een volledig verhaal van de schuldeiser op het vermogen van de schuldenaar onaanvaardbaar.
  • Als de tegenwerking om mee te werken gekwalificeerd kan worden als misbruik van bevoegdheid waardoor de overige schuldeisers duidelijk benadeeld worden.
  • Aan de tegenwerkende schuldeiser kan de bevoegdheid worden ontzegd zijn vorderingsrecht uit te oefenen doordat die gedraging in strijd is met de in het maatschappelijk verkeer vereiste zorgvuldigheid ten aanzien van de rechten en gerechtvaardigde belangen van overige schuldeisers.

Een schuldeiser kan in een (faillissement) wettelijk akkoord worden weggestemd. Ook buiten het geval van een wettelijk schuldsanering kan er sprake zijn van feiten en omstandigheden van zodanige aard, dat het redelijk en billijk is om de schuldeiser wel degelijk te dwingen tot acceptatie.

Tip 1

Biedt het akkoord aan onder voorwaarde dat alle crediteuren daarmee instemmen. Voorkom dat de ene crediteur weigert met het akkoord in te stemmen terwijl een andere crediteur betaling van het aangeboden bedrag of percentage wil afdwingen.

Tip 2

Zorg ervoor dat surseance van betaling direct aangevraagd kan worden op het moment dat blijkt dat een of meer crediteuren niet instemmen met het aangeboden onderhandse akkoord en een faillissementsaanvraag is te verwachten. Vaak blijkt dat een surseance van betaling te kostbaar is met als gevolg in de praktijk praktisch niet uitvoerbaar. Opties zijn dan (1) WSNP met aanbieding akkoord of (2) reguliere aanvraag van een dwangakkoord. Bedenk wel dat een surseance de ondernemer erg veel geld kost. Denk bijvoorbeeld aan: het honorarium bewindvoerder, griffierechten (voor de aanvraag en voor het indienen van een akkoord), publicatie in de Staatscourant (een schuldenaar wil dit liever niet omdat dit slecht is voor zijn imago), publicatie in een nieuwsblad (art. 216Fw). Ook de voorzienbaarheid van deze kosten kan aanleiding zijn voor een veroordeling tot medewerking van een crediteur aan een onderhands akkoord.

Kosten bewindvoerder (curator) in Nederland bij faillissementsaanvraag

Het standaardtarief voor een bewindvoerder (curator) is in Nederland door de rechtbank vastgesteld op
€ 198 per uur. Een curator haalt bij een werkweek van 40 uur bijna € 32.000 per maand. In overleg met de rechter-commissaris mogen deze tarieven verhoogd worden. Tarieven van € 300 tot € 500 per uur zijn in principe mogelijk. Ook mogen ze gewerkte uren declareren van derden zoals ingeschakelde secretaresses, stagiaires en kantoorgenoten. Curatoren stellen dat ze ook vaak werk voor niets doen als een BV helemaal of vrijwel leeg blijkt te zijn. Bij een klein bedrijf duurt de afwikkeling van een faillissement gemiddeld een jaar. Bij grote bedrijven ligt dat tussen de 5-10 jaar. Curatoren worden door de rechtbank als preferente schuldeisers gezien en gaan dus voor de concurrente schuldeisers. Vaak krijgt een gewone crediteur (bijvoorbeeld de cateraar die z’n nota betaald wil zien) bij een faillissement bitter weinig geld uitgekeerd, omdat het geld dan al op is. Gezien dit feit is het voor een concurrente schuldeiser dan vaak verstandig om mee te werken aan een oplossing zoals een akkoord over het aanbieden van een percentage tegen finale kwijting.

Tip 3

Het komt vaak voor dat schuldeisers met relatief lage vorderingen geen of weinig medewerking verlenen aan een akkoord van enige procenten. Stel dan in de aanbiedingsbrief aan de schuldeisers dat alle schuldeisers onder een bedrag van bijvoorbeeld € 400 geheel worden voldaan. Een andere optie is om van te voren te zorgen dat alle kleine crediteuren voor het ingaan van het saneringstraject zijn voldaan.

Tip 4

Als een schuldeiser verteld wordt dat alle crediteuren in het kader van akkoord slechts een bepaald percentage krijgen van hun vorderingen en als later blijkt dat dit niet juist is, dan kan deze schuldeiser achteraf de gesloten overeenkomst laten vernietigen wegens dwaling ofwel bedrog en kan hij alsnog betaling van het restant van zijn vordering eisen.

3. Scenario geen Bbz-lening maar wel een levensvatbaar bedrijf

Dit scenario gaat uit van het aflossen door middel van het inkomen uit de onderneming. Voorwaarde is dat de belastingschuld niet te groot mag zijn, deze schuld moet binnen 1 jaar volledig worden voldaan. Voor een spaarsanering dient de maximale aflossingscapaciteit over een periode van 3 jaar op basis van een onderbouwde prognose van uw accountant gespaard en gereserveerd te worden op een reserveringsrekening. Onze ervaring is dat dit niet zo vaak voorkomt.

4. Scenario Bbz-lening en geen levensvatbaar bedrijf

Scenario WSNP = Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

De WNSP is geschreven voor natuurlijke personen die schulden hebben gemaakt. Ondernemers die vanuit een BV opereren kunnen gebruikmaken van de WSNP wanneer de rechtspersoon geliquideerd en opgeheven is en de ondernemer als gevolg daarvan in problematische schuldsituatie verkeert. Binnen 3-5 jaar kan men dan schuldenvrij zijn. Wij vinden dit een prima oplossing om toch van de schulden af te kunnen komen anders, kunnen de schuldeisers de schuldenaar nog jaren blijven achtervolgen. De aflossingscapaciteit dient maandelijks op een aparte betaalrekening te worden gereserveerd. Een verzoek om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling wordt via de gemeente gedaan bij de rechtbank. De aanpak verschilt per gemeente. Voordat een schuldenaar aanspraak kan maken op de WSNP, moet hij eerst een schuldregeling hebben geprobeerd. Onze ervaring is dat dit regelmatig voorkomt.

5. Scenario bedrijf beëindigen en inkomen uit loondienst of uitkering verwerven

Vervolgens zal een prognose van uw aflossingscapaciteit voor een periode van 3 jaar worden gemaakt. Op basis van deze prognose wordt een aanbod gedaan aan uw crediteuren onder voorwaarde dat finale kwijting wordt verleend voor het bedrag dat na verloop van 3 jaar niet is afgelost. Ook zal bij dit scenario de mogelijkheid van een saneringskrediet via de Gemeentelijke Kredietbank van uw gemeente worden onderzocht.

6. Scenario surseance van betaling aanvragen

Surseance van betaling is een uitstel van betaling. Surseance kan men aanvragen bij de rechter. Deze verleent een vonnis dat gedurende een bepaalde tijd de schuldeiser niet betaald hoeven te worden. Een bewindvoerder wordt door de rechtbank aangewezen. Surseance van betaling is samen met het faillissement en de schuldsanering natuurlijke personen opgenomen in de faillissementswet. In de praktijk blijkt dat circa 98% van de aanvragende bedrijven uiteindelijk niet tot een akkoord komen of zich niet aan het akkoord (kunnen) houden.